Tja, dan toch maar eens wat meer neerzetten denk ik. Hm, personalia heet dat, toch?
Vrouw, in de dertig.
Getrouwd en mama van 2 stevige rauwdouwers.
Tekenaar (op papier), vormgever in ruste, aarzelend schrijver en noodgedwongen huismus.
Verzot op blauwtinten, chocolademousse en alles wat met theater en muziek te maken heeft.
Verder heel blij met alle tips, opmerkingen en kritiek die jullie leveren. Oh, en met alle nieuwe verhalen die ik hier elke keer weer tegen kom. 
Nu bezig met De Windjagers. Dus bij deze de beloofde korte:
Omschrijving van het Stelsel.
Ergens in de uitgestrektheid van dit heelal, cirkelen 4 sterren om elkaar heen, als verliefde paren in een eeuwigdurende dans. Door de tijd heen trok hun lokroep eenzame reizigers, vanuit de oneindigheid naar hun midden. Voortgestuwd door van wind en waterstromen zweven deze hemellichamen in uitgerekte gordels, dicht opeengepakte drommen, of als een solitaire maan door het Stelsel. Het water dat ze met zich meebrachten, is door de eeuwen heen verdampt en in rivieren van nevel afgedaald naar de kern van het Stelsel, om zich daar samen te voegen tot een immense bol. Stof en gruis smolt samen tot vruchtbare, dichtbegroeide eilanden, kalm en traag voortdrijvend op het oppervlak van deze immense oceaan, de Parelzee.
Er wordt gezegd dat hier, in de schoot van het Stelsel, de oude Eilanders opstonden en hun wereld naam gaven. De Zeilers, die de handel tussen de eilanden beheersten, waren de eersten die zich langs de luchtstromen en rivieren aan de trekkracht van de Parelzee ontworstelden. Zij openden met hun eenvoudige Stelselschepen de weg naar de oudste van de hemellichamen die traag rond de Parelzee cirkelen. De Zweeflanden. Sommigen vruchtbaarder dan de rijkste wouden, sommigen woester dan de rotspartijen van Grauw.
Het Stormgebied, dat de eerste ring van gordels en drommen omsloot, vormde voor lange tijd een barrière voor de pioniers die de Uitlanden aan de andere zijde wilden verkennen. Maar de techniek groeide. Het waren de Eilanders die de magneetvlakken ontwikkelden en de Zeilers die de kracht van de zonkristallen ontdekten. De Uitlanders waren het, die met behulp van de Zandgraanbloem tot de ontdekking kwamen dat dag en nacht door het hele Stelsel gelijk bleef. Vanaf die dag was de tijd getemd en kende de dag dertig aren. Zevenentwintig dagen vormen samen een Maal, de tijd waarin het zaadje uitgroeit tot volwassen bloem. Het duurt de vier zonnen vijftien van deze Malen om hun baan rond het Stelsel te trekken, een Kring.
Het Stelsel draaide. Oorlogen werden gewonnen, verloren of vergeten. Mythes en legendes kwamen en gingen, werden werkelijkheid of verdwenen in het waas van de tijd. In een wereld waar niets een eigen plaats had zocht iedereen zijn weg, in de hoop op een veilige aankomst.