10-09-2010
13:40

(214,0,4)
18 leden online.
Tekst I?

Het Houten Hart (1/5)
In categorie Sprookjes (Vervolgverhaal). Geschreven door DawRei op 16-03-2009 om 18:24.
Dit werk werd reeds 278 maal bekeken, en heeft 12 reactie(s).

Alle delen: 1, 2, 3, 4, 5

Het Houten Hart
Een wintersprookje

Het begint met sneeuw.

Misschien is het die sneeuw die haar onrustig maakt. Zelfs met haar ogen gesloten, diep weggedoken onder de dekens, is het alsof ze de vlokken voelt vallen – één voor één, zachtjes. Als veertjes op een tapijt.
En zij woelt. Van haar linker- op haar rechterzij, totdat het laken om haar benen verstrengelt.
Dan gaat ze maar rechtop zitten, haar ogen wijd open.
Haar kamer lijkt minder donker dan anders; schemerig zelfs. Vanachter de gordijnen piept een zilverig licht. Het schijnsel van straatlantaarns op de sneeuw laat de nacht oplichten, lijkt de hele wereld onwerkelijk te maken.

Zij weet dat ze nog lang niet kan slapen.
Haar benen lijken enthousiast om over de rand van het bed te worden geslagen.
In een bundeltje van opgevouwen kleren zoekt ze als eerste naar haar sokken. Over haar pyjama trekt ze dan al haar kleren aan. Voorzichtig sluipt ze naar beneden. De trap kraakt zachtjes, maar ze weet dat haar ouders diep in slaap zijn achter die gesloten, donkere deur.
In de huiskamer brandt geen licht. Alleen de wijzers van de muurklok lichten zachtgroen op en wijzen vier uur aan. Het meisje schuift de gordijnen opzij en laat het winterlicht naar binnen. Alle slaap is verdwenen.
Haar tenen kriebelen in de sloffen…Waarom zou ze niet naar buiten gaan? De wolken schuiven al opzij en laten een maan zien die volmaakt rond is.
Wat kan er nu gebeuren? De wereld slaapt; die weet niets van dit buitenaardse landschap. Alleen zij ziet de deken van ongerepte sneeuw voordat er sporen van dooi en leven in zullen trekken. Geluidloos pakt ze haar warme laarzen, haar wollen sjaal met franjes en haar winterjas. Dan glipt ze, met ingehouden adem, de achterdeur uit. Het slot kreunt – ze wacht roerloos, maar nergens in huis gaat een licht aan.

Buiten zijn de paden doodstil en verlaten. Ze hoort haar eigen voetstappen knersen. In het licht van de lantaarns vormt haar adem steeds opnieuw kleine wolkjes.
Er hangt een stille kou in de lucht. Zonder dat het waait, blaast Koning Winter tegen haar wangen aan. Het is net alsof de vrieskou haar lippen kust.
Het meisje geniet van de eenzaamheid. Ze heeft haar handen diep weggestoken in haar zakken, haar kin is begraven onder de sjaal.
De bomen zijn net levende wachters, die op haar neerkijken terwijl ze passeert. Hun kale, berijpte takken wijzen de hemel aan, alsof ze haar de volle maan willen tonen.
Ze passeert het Kruispadenmeer. Het meer is nog niet bevroren maar wel heel donker. Het lijkt wel bodemloos.
Een smalle laan met aan weerszijden dunne rijen populieren ligt nu voor haar. Daar houdt de verlichting van de straatlantaarns op. Alleen de godslamp houdt er de wacht. Ze glimlacht: godslamp, dat is een mooi woord.

Met gedempte passen loopt ze de laan in. Links ligt een brede sloot, die al wel is bevroren. Af en toe valt er een klein pak sneeuw van de hellende oever op het ijs.
Minutenlang loopt ze in deze stilte voort. Als ze rechtdoor blijft gaan, zal ze eerst in het dorpje Driewoud terecht komen. Ze ziet de silhouetten van de eerste boerderijen al afsteken tegen de wittige schemering van het vlakke landschap.
En als ze dan verder door blijft lopen…als ze alle dorpjes steeds achter laat, dan – tja. Zo ver is ze nog nooit geweest. Dan zal ze in het vlakke, platte land zijn en daarachter ligt de zee.

Wat hoort ze nu? Een geluid strijkt langs haar oren.
Is dat getinkel? Ach nee, dat is vast de wind. Maar de toppen van de bomen zijn nog steeds roerloos.
Weer dat geluid! Als een zuchtje; als kleine zilveren belletjes. Ver weg begint een kerkklok te beieren.
Wat is dat nu – wie luidt er een klok zo midden in de nacht?
Lichten verschijnen, nog voorbij het dorp maar snel naderend. Het meisje meent nu ook weer dat geluid van belletjes te kunnen horen – ja, ze weet het zeker!
Ademloos van verbazing blijft ze staan kijken, wachten.
De lichtjes lijken boven de grond te dansen, alsof het windlantaarns zijn.

Snel komt alles dichterbij en kan ze de eerste vormen zien. Het is een stoet!
Zoiets heeft ze nog nooit gezien: een stoet in vol ornaat die te paard over de met sneeuw bedekte laan trekt.
De belletjes die ze heeft gehoord, hangen aan de leidsels van de paarden. Honderden kaarsvlammen flakkeren.
Het meisje verstopt zich achter de bomen. Als in een droom komen ze voorbij: dames in dunne gewaden, met blote armen alsof ze de kou niet voelen. Heren in fluweel en brokaat. Jonkers met baretten op; zij spelen luit.
Ridders dragen harnas, dragen vlammende banieren. Nee, dit is te gek – ze moet wel dromen!
Niemand in deze praaltocht kijkt opzij. Niemand ziet haar.
In de achterhoede rijden jongelingen. Zij lijken minder haast te hebben en praten zachtjes met elkaar, glimlachend.

Er is maar één ridder die niet spreekt. Hij draagt geen stalen harnas, maar zijn hand houdt een banier zo wit als de sneeuw. En hij kijkt opzij.
Zijn ogen zijn zo koel als de maan, zijn gelaat net zo bleek. Hij kijkt niet boos, maar toch schrikt ze: de blik die hij haar toewerpt is zó gekweld, dat ze denkt dat haar hart een moment lang stopt met slaan.

De ridder passeert haar. Zijn paard is nog geen vier stappen van haar verwijderd.
Het meisje voelt hoe ze haast buiten zichzelf om reageert: haar benen duwen haar overeind. Ze staat op het punt om de weg op te stappen, langs de kaarsenrij in de sneeuw.
De ridder heft snel zijn hand op. Het is een waarschuwend gebaar dat haar vertelt om te stoppen. Ze begrijpt het en stapt niet langs de grens van het kaarslicht. Haar hart hamert luid in haar keel. Is het niet vreemd dat niemand anders haar ziet? Wat zal er gebeuren als ze nu naar de ridder toe rent en zijn hand pakt om hem te troosten? Misschien dat ze dan voor duizend jaar zullen blijven staan; dan zal ze terugkeren en ontdekken dat ze plotseling oud en stoffig is geworden, en iedereen waarvan ze houdt al lang geleden tot as vergaan.

Ze loopt met hem op vanuit de berm. De stoet rijdt zo langzaam dat ze hen met een looppas gemakkelijk bijhoudt, en toch lijkt de voorhoede alweer verdwenen te zijn. Tijd houdt zijn adem in voor deze ruiters. Het meisje begrijpt dat ze met één voet in de wereld staat, en met een ander van de wereld is verwijderd, zolang ze optrekt met deze processie.
Ze wordt bang, maar steeds als ze naar de ridder kijkt hoopt ze dat hij naar haar zal glimlachen en tegen haar zal spreken.
‘Ik hoor hier niet,’ fluistert ze.
Hij schudt langzaam zijn hoofd, legt een vinger tegen zijn lippen.
Ze kijkt om zich heen. Nog steeds is zij als een spook voor de andere ruiters.
‘Jij hoort hier ook niet,’ fluistert ze weer. Haar woorden zijn als de wolkjes die op haar adem drijven.
Nogmaals schudt de ridder zonder harnas zijn hoofd, nu met een vage glimlach die snel verdwijnt, maar als een kortstondige manestraal zijn gezicht deed oplichten.
Haar hart begint sneller te slaan. ‘Kan ik je helpen?’
Hij lijkt te aarzelen maar schudt dan voor de derde maal zijn hoofd.
Het einde van de laan komt nu in zicht. Het meisje kijkt naar de bomen, naar de kaarsen in de sneeuw en de lichtjes die de ruiters dragen. Ze hoort de belletjes nog, maar het luiden van de kerkklok dringt weer door het geluid heen, alsof de stoet begint op te lossen in een andere werkelijkheid.
‘Vertel me dan in elk geval je naam!’
De lichtjes flakkeren. Ze beginnen uit te doven als sterren vlak voor de dageraad.
De ridder heft een hand op, misschien om haar tot stilte te manen, misschien als afscheidsgroet. Of als een belofte.
‘Volgend jaar,’ zegt hij. Dan lost hij op en is de processie verdwenen.
Nergens in de sneeuw zijn voetsporen van paardenhoeven. Nergens brandt nog een kaars. Het verre beieren van de kerkklok sterft uit en de winternacht is weer zoals voorheen: verlaten en doodstil.


Een sprookje dat ik rond Kerst heb geschreven. Omdat het zo lang is, post ik het in vijf deeltjes, maar het is dus al wel af en zo

Dit sprookje is eigenlijk geschreven om veelvuldig geïllustreerd te worden. Die illustraties zijn in de maak (met behulp van Yale ) maar hier dus niet aanwezig.

Hope you like it


Leestips:
Vorig od. voorpg.:Meisjes Met Rode Haren - 7
Volgend od. voorpg.:schimmig licht dl 3
Vorig vd. auteur:Tot mensenstemmen ons weer wekken - 8 (3/3)
Volgend vd. auteur:Het Houten Hart (2/5)

Wat een prachtig begin! Zo beeldend geschreven dat ik langzamer ging lezen om het beter in mij op te nemen. Geloof me, dat is maar weinig mensen gelukt!
DawRei - 17-03-2009 12:35
Wiew, dank je, Henny
Bij het stukje dat die ze die stoet ziet, moest ik denken aan the last unicorn

Mooi geschreven, ben benieuwd naar de rest
Floree

DawRei - 17-03-2009 13:01
The Last Unicorn...? Hm, die heb ik maar een keer gezien, kan me niet herinneren Thanks
Yale - 19-03-2009 22:35
Jah, ik ook wel een beetje. DIe film moet ik weer eens gaan zien. Jeugssentiment.
Ik heb de illustratie die hierbij hoort lekker al gezien, mheh heh.

Eindelijk! Ik vind 't heel mooi. De manier waarop je het schrijft heeft iets heel directs, en - logischerwijs - iets sprookjesachtigs. Dira mooi vindt. ^_^

Ik ben zeer benieuwd naar de rest - kan niet wachten!

DawRei - 17-03-2009 15:30
Mihi, thankies Ik zal alle deeltjes gewoon snel posten, want het is officieel geen vervolgverhaal
Waaaaaauw! Je sleepte me mee.
Cojo
DawRei - 17-03-2009 18:36
Fijn Cojo! Ik hoop dat ik je mee kan slepen tot het einde (vijf deeltjes, omdat het anders te lang werd. Zal snel posten)
Prachtig, een echt sprookje
Ik ben benieuwd naar het vervolg
DawRei - 18-03-2009 20:18
Dank je
Een opmerking: voetstappen knersen niet maar datgene wat eronder ligt knerst

Tot nu toe doet het me erg denken aan een verhaal dat ik eerder gelezen heb, maar ik lees eerst even door om te kijken wat jij ervan maakt.

DawRei - 18-03-2009 20:18
Je hebt natuurlijk gelijk O, en wel verhaal? Dank voor het lezen ^^
Spannend, een bovennatuurlijk sprookje... een jaar wachten? Het zal haar nog hard vallen.

dagenraad = dageraad

DawRei - 19-03-2009 09:49
Foutje aangepast. Bedankt!
Heel gaaf, dit!

Het is bijna lispelend geschreven- vooral de winter, de belletjes en de stoet maken het mysterie tot een fluistering.

Het lijkt een aloud concept en de titel overschrijft dat en onthuld de ware identiteit: het ís écht een sprookje. De hele stijl, het hele sfeerbeeld, en vooral die belletjes, al weet ik niet precies waarom.

Leuk om te zien dat je enigszins speelt met het jargon van de tijdgeest.
Op naar deel 2!

Siseria.

Siseria - 22-03-2009 17:21
Titel = categorie. typfoutje.
Siseria - 22-03-2009 17:22
En toch ook wel een beetje (het onderschrift van) de titel. Dus het is een half typfoutje.
DawRei - 22-03-2009 17:29
Ik hou ook van de belletjes! Ik bedacht dit sprookje een paar jaar geleden, toen ik een winternacht niet kon slapen. Ik ging beneden zitten, schoof de gordijnen opzij, keek naar de vallende sneeuw en dacht: ik wil naar buiten!
DawRei - 22-03-2009 17:30
Ik deed het niet, maar dit meisje wel
Siseria - 22-03-2009 17:40
Wellicht was jou hetzelfde lot toebedeeld. Vergezocht natuurlijk van mij, maar wel leuk om het op die manier te bedenken.
DawRei - 22-03-2009 21:30
Daar hoop ik natuurlijk stiekem wel op!
Een sprookje! Da's lang geleden En ik heb het met plezier gelezen, dat kan ik niet van alle sprookjes zeggen, sommige zijn echt verschrikkelijk
Je schetst een heel mooi beeld, met echt die winter/kerstsfeer die er is als het gesneeuwd heeft en het schemert buiten en iedereen lekker binnen zit.
De aankondiging van de ridder, over volgend jaar, maakt me nieuwsgierig, dus ik lees even door
DawRei - 22-03-2009 19:32
Fijn dat je meeleest, Elina! Ja, heerlijk he, die sneeuw en de schemer...Ik wou dat ik dat meisje was
As promised ben ik er dan om te lezen

Well, what can I say? Dit is duidelijk een begin dus over het totaalplaatje kan pas wat gezegd worden aan het eind. Wel laat je hier alweer zien wat voor talent je hebt. Je schrijft mooi, en beschrijft ook mooi, zoals ik van je gewend ben. Je hebt een heel rustige vertelwijze, hier ook weer, en dat gebruik je mooi, waardoor je goed sfeer kunt scheppen en de beelden die je maakt tot zijn recht komen.

Toch ben ik niet helemaal kapot hiervan. Waar je met Mensenstemmen bijvoorbeeld heel consequent vertelt en schrijft, en er een bepaalde kracht in zit, vind ik je hier niet helemaal consequent in je manier van vertellen. Bij vlagen voel ik me aangesproken als een kind, zeker in dit stukje:

Wat hoort ze nu? Een geluid strijkt langs haar oren.
Is dat getinkel? Ach nee, dat is vast de wind. Maar de toppen van de bomen zijn nog steeds roerloos.
Weer dat geluid! Als een zuchtje; als kleine zilveren belletjes. Ver weg begint een kerkklok te beieren.
Wat is dat nu – wie luidt er een klok zo midden in de nacht?
Lichten verschijnen, nog voorbij het dorp maar snel naderend. Het meisje meent nu ook weer dat geluid van belletjes te kunnen horen – ja, ze weet het zeker!
Ademloos van verbazing blijft ze staan kijken, wachten.
De lichtjes lijken boven de grond te dansen, alsof het windlantaarns zijn.

Terwijl je in andere delen van je verhalen juist echt aan volwassenen lijkt te schrijven. De lengte van je zinnen wisselt vrij sterk vind ik, waarbij de korte zinnen vooral kinderlijk/tot kinderen gericht (lijken te) zijn (in mijn ogen) en de langere zinnen ruimte laten voor meer beelden, meer beschrijvingen, meer nuances en dus meer tot volwassenen gericht (lijken te) zijn. Ik weet niet voor welk publiek dit is en dus voel ik me niet in alle stukken even prettig als ik het lees.

Dat neemt niet weg dat het goed geschreven, maar het evenwicht helt nog al eens van de ene naar de andere kant, wat ik zonde vind, omdat je me daardoor verliest op sommige punten en dat verdient je verhaal niet, want zelfs nu al kan ik zien dat hier veel in zit/kan zitten en dat jij dat eruit weet te halen.

Ik weet niet, misschien ligt het aan mij hoor Maar ik ga wel verder lezen!

Nog één dingetje:

Hij draagt geen stalen harnas, maar zijn hand houdt een banier zo wit als de sneeuw. - mist het woordje vast

Shekinah - 28-03-2009 12:47
verhalen = verhaal natuurlijk
DawRei - 28-03-2009 12:57
Ja, klopt, ik was nog op zoek naar de juiste toon. Bedankt!
Een prachtig begin. Heel beeldig gescheven. Ben heel benieuwd naar het volgende deel.
DawRei - 01-05-2009 10:13
Wat leuk, dank je wel!
Wat een goed begin voor een sprookje DawRei!
Goed geschreven en graag gelezen!

Gr. Andor

DawRei - 08-05-2009 12:40
Dank je wel!

Tot onze grote spijt is anoniem reageren niet meer mogelijk (te veel spam en te veel misbruik).



Dit werk is ingezonden op http://www.verhalensite.com en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of de verhalensite zolang de auteur niet kan teruggevonden worden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. De verhalensite zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.