De schemering deed hem verblikken en verblozen tot het rood op zijn kaken af te lezen viel, in geuren en kleuren..
Er was zoveel gebeurd; hét was gebeurd... En híj had het gedaan...
De avond begon, ja deze begon als geen andere. Maar hij wist het.
Hij trok zijn nieuwe shirt aan, en met de zinnen "Please could you stop the noise I try to get some rest.. From all the unborn chicken voices in my head.." (Radiohead - Paranoid Android) vergoot hij de avond in zijn kom, ja zíjn kom. Want hij wist het al, alles al.. Hij trok zijn groene ribbroek met die rooie vlekjes, vooral rond zijn knieën aan en zijn pasgekochte als ingegoten stevige stappers aan.
Gefascineerd door de beweging van zijn veters staarde hij minuten weg, tot de aarde en het heelal hem allang gepasseerd waren, en hij, slechts híj en zijn roodgekleurde touwtjes nog over waren.. Haar, het leek wel haar. Haar haar, haar, haar, zij met die roodglanzende haren en prachtige rode zachte lippen. In gedachte streelde hij ze al, proefde hij ze al, zoog hij elk lichaamsvocht uit die snedes in het prachtaanzicht van haar gezicht.. En dan die ogen.. Rode ogen.. Op de foto die hij stiekem gemaakt had dan..
De rode druppels dropen druipend en druppelend de dofrode stof in van zijn tapijt. En het glansde als nooit tevoren, het mes in zijn handen. Een stukje van zichtzelf in de palm van zijn hand, liggende wachtend op verzoening.. Het is tijd. En hij wist alles al, alles. Hij wist al wat er ging gebeuren..
Een schemering deed hem verblikken en verblozen tot het rood op zijn kaken af te lezen viel, in geuren en kleuren..
Het ging gebeuren, eindelijk ging het gebeuren..
Het begon, ja het begon deze avond. Toen het rode schemerlicht hem deed verkleuren, en hij in de schaduw van de onzedenaars was. Hij waande zich in hel. Hij was hel. Hij waande zich hemel. Heerser en God in hemelsrijk, verbanner en bevechter van de duivels. En die zaten hier, die heersten hier. Roodgloeiend van woede werd zijn hersenpan als hij eraan dacht!.. Alleen al aan dacht...
De tijd verstreek. Zoals ze hem aankeek.. Hij wist dat hij haar geen ene haar op haar hoofd (of waar dan ook) kon schelen, hij kon het lezen in haar ogen. Geen rode ogen, dit was echt. Eindelijk echt. Maar hij deed het niet, hij las ze niet. Hij wilde het niet weten en dus wist hij het niet. Totale controle, absolute macht over het wezen dat de zijne was. Hij glunderde..
Eerst nog een zachte streling over de lippen des duivels, zoet als de roomzachtste vanille-aardbei saus, warm en zonovergoten zijn zaal en zieligheid, zijn lusten en lasten, maar bovenal zijn (rode) tong. Eén knuffel, twee knuffels, drie strelingen en bij de tien ging men verder met verstoppertje spelen. En weer tikkertje.. Rood om rood, lik op stuk, dat heerlijk stuk dat ze was..
Hij streelde nog eens door haar rode haren en bezicht haar wegen verder tot de ondergrondse genotten hen deden samensmelten in harmonie. Hemel en hel herrenigd, voor even dan.. Tot het eind, tot de ontploffing. De weergaloze vulkaanuitbarsting die het lava deed stromen waar het niet gaan mag.. Brandend een weg door zijn aderen, ziel en hersenpan..
Eén steek, twee steken, drie gaten in haar perzikzachte met rood besmeurde lijfje. Een zacht likje, hmmm... Verukkelijk.. Nog een streling van de tong. Rood op rood, voor de tweede maal deze avond. En hij had het allemaal geweten. Het was eindelijk echt. Eindelijk recht. De dood aan de macht van de duivel..
"Wel netjes betalen", dacht hij nog en propte het geld in de hem aanstarende open sneden in haar huid. Dag, mijn duiveltje... Met haar hoofd onder zijn droge oksels liep hij de straat op.
En toen werd het blauw voor zijn ogen...