Zozo. U wil dus John Travolta zijn, inclusief trendy danspasjes en sexy heupbewegingen... Of Sergei Bubka, terwijl hij het wereldrecord polstokspringen breekt. 6 meter 2 centimeter (Parijs, 13 juli 1985). U wil Rachmaninovs Pianoconcerto’s spelen, exact zoals de componist ze heeft bedoeld. Geen zielige kopie van het origineel, maar de pure, onverdunde realiteit. Wel, wij hebben goed nieuws voor u. Fantastisch nieuws: de Replicator. Dit staaltje supertechnologie heeft het allemaal, en dat tegen een spotprijsje: 1.259,95 euro. Inclusief Superconditieset en Casanova-pakket. Bel NU!
Replicator®. U kan het!
Replicator®. Waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten.
Bel NU!
***
Het begon als een bevlieging. Dat doet het altijd. De een of andere jonge, trendy gast die het blokje rond jogt, met het nieuwste snufje bengelend aan zijn riem. Een kleine onopvallende polyester console, met een dunne slangachtige kabel die over zijn ruggengraat kronkelt. Nee, dit is geen simpele MP3-speler of, God verhoede het, een i-Pod. Dit is iets nieuws. In het begin reageert de goegemeente wat verward; sommigen maken er zelfs – zij het onschuldige – grapjes over.
“Kijk, Jimmy heeft een extra brein gekregen.” Of “Microsoft heeft zijn eerste mens opgekocht.” Het lijdend voorwerp van hun beledigingen, de hierboven vermelde whizkid, reageert niet. Hij weet dat hij de vooruitgang achter zich heeft en dat die uiteindelijk iedereen, zelfs de meest verstokte kritikaster, zal overtuigen.
De jongen had gelijk. Natuurlijk. En dit was slechts het begin van de triomfantelijke doortocht van de Replicator doorheen de hele beschaafde wereld. Mensen werden nieuwsgierig, als de eerste de beste bende graatmagere, bepukkelde tieners die zich verdringen rond het hotste meisje op de speelplaats. En uiteindelijk kochten ze het onding. Allemaal. Van de eerste tot de laatste. Sommigen organiseerden hun hele leven rond hun nieuwe aankoop, alsof het een leegte vulde, een oerdrang beantwoordde die er altijd al was geweest.
“Wees wat je wil zijn. En als dat niet lukt, doe dan tenminste wat je wil.”
Er kwamen verschillende soorten Replicators op de markt. Want zo werkt de vrije markt nu eenmaal. Kleurrijke, blinkende apparaatjes voor de kinderen en de lagere klassen. Sobere, en bijna onzichtbare exemplaren voor de hogere, cultureel verfijndere klassen. Uiteindelijk keken mensen je raar aan als je voorbijkwam zonder een Replicator aan je riem. Het toestel had een hele weg afgelegd: van afwijking tot verplichting.
De theorie achter de Replicator was redelijk simpel. “Elke spierbeweging wordt veroorzaakt door zenuwimpulsen. Dit zijn elektrische golven die in een neuron ontstaan en via het ruggenmerg worden doorgegeven.” Anders gezegd: elke beweging heeft een typisch, en dus perfect reconstrueerbaar, golfpatroon. Bijgevolg kan je spierbewegingen opslaan zoals je dat met geluiden, beelden en teksten doet. Meer nog, je kan zelfs andermans bewegingen downloaden en die met je eigen lichaam uitvoeren.
Een wonder. Onhandige zakenlui van middelbare leeftijd die dansen als Nurejev; reumapatiënten die vingervlugge goocheltrucs demonstreren, keukenklunzen die hun groenten versnijden als een echte sushichef, getrouwde koppels die hun eerste danspassen samen herbeleven – exact zoals het vroeger was. Een wonder.
Er waren natuurlijk complicaties. Die zijn er altijd. Vooruitgang kiest niet altijd de kortste weg. Om deftig te functioneren, moest de Replicator op je ruggenmerg worden aangesloten. En dat was een delicate operatie. Iedereen kende wel één of ander horrorverhaal over mensen die zich lieten reppen door een knoeier, met goedkoop namaakmateriaal. De verhalen waren gruwelijk genoeg om instant-stadslegenden te worden. Mensen die hun eigen ingewanden uit hun lijf trokken, hun hoofd tot een bloedige pulp sloegen, of liepen tot ze er dood bij neervielen en dat allemaal door één of andere banale softwarefout. Niet dat dit mensen ervan weerhield om een Replicator-kit te kopen. Integendeel, deze verhalen gaven het bezit van een Rep zelfs iets heldhaftigs...
***
Zo. Hier sta ik nu. Aan de Replicator-afdeling van onze plaatselijke electrozaak. Het Licht der Vooruitgang is tot mij gekomen in de vorm van een verjaardagscadeau. Mijn overbezorgde kinderen, bang dat hun vader op zijn achtenveertigste voorgoed in het Stenen Tijdperk zou blijven steken, hebben me de laatste state-of-the-art Replicator gekocht. Ik moet toegeven dat mijn protest niet zo overtuigend klonk als ik dat had gewild. Ik voelde me zelfs opgelucht, omdat zij de knoop in mijn plaats hadden doorgehakt.
***
“Ik had niet echt veel keus, hé?”
- “Nee, niet echt. Kinderen kunnen best wel overtuigend zijn.”
Karl grijnst. Hij is een oude vriend. Als student bezochten we dezelfde cafés, zaten we achter dezelfde vrouwen aan en droegen we dezelfde gedichten voor als we zat waren – tot de cafébaas ons poëtisch narcisme beu was en ons de straat op gooide.
Tien jaar geleden verloren we elkaar uit het oog. Het getrouwde leven stond onze jeugdige vriendschap in de weg etc. U weet wel hoe dat gaat. En toch. Karls gerimpelde, patatvormige gelaat dat vanachter de toonbank tevoorschijn kwam, was een opkikker van formaat. Voor mij moet technologie een gezicht hebben en liefst een bekend gezicht. Ik word oud.
Karl meet mijn benen, armen, polsen, kuiten en mijn vingerkootjes. Hij gebruikt daarvoor een ouderwetse lintmeter, zoals de kleermakers van weleer. Of een begrafenisondernemer die de maten voor een kist neemt. Nu en dan hamert hij enkele gegevens in op een keyboard. Alles moet perfect zijn. Elke eigenaardigheid van mijn lijf, elke afwijking wordt omgezet in computertaal. Mijn rozige, weke kuiten: 01.03.65. Mijn buikje: 23.57.52. Mijn lange, ivoorwitte vingers, die me ooit deden dromen van een carrière als concertpianist: 93.45.46.27.45
- “En hoe is het nog met Linda?”
Sociale praat. Het hatelijke handelsmerk van de winkelier. Hoewel, dit keer kan de interesse oprecht zijn. Karl, Linda en ik woonden ooit in dezelfde straat.
“Bwa. We zijn nog altijd getrouwd.”
Meer valt er niet te zeggen.
- “Een hele prestatie in deze tijd…”
Karl zucht. Zijn vrouw heeft hem acht jaar geleden verlaten. Niet veel later opende hij zijn winkel. Eerst verkocht hij er vooral digitale camera’s, die waren toen “in” geweest. Maar nu waren het dus allemaal Reps.
- “Kom, we gaan je inpluggen.”
Het doet geen pijn. Toch niet extreem veel. Twee gaatjes in de onderrug.
- “Bij de Replicator 1.0 moesten we ook een contactpunt aan de schedelbasis installeren.” Karl blijft praten, hij probeert mijn aandacht af te leiden van de naald. “Man, dat deed pas pijn! Gelukkig hebben de techneuten van Cybercom daar uiteindelijk iets op gevonden. Nu hebben we maar twee gaatjes nodig. Vooruitgang...”
Ik knik, hoewel ik niet het flauwste benul heb waarover hij het heeft.
- “Twee is altijd beter dan drie, zoals ik altijd zeg.” Hij neemt een bol watten, doopt ze in ontsmettingsalcohol en wrijft die over mijn rug.
- “Je mag je weer aankleden.”
- “Enig idee wat je ermee wil doen?”
We staan aan de kassa. De Replicator hangt aan mijn riem, glimmend en gebruiksklaar.
“Ik zou het echt niet weten. Misschien mijn squashtechniek wat verbeteren. Of ik kan eindelijk dat In Zaire-dansje leren.”
Eerlijk gezegd kan het me allemaal bitter weinig schelen. Karl bekijkt me aandachtig. Hij opent één van de tientallen laatjes in de kast achter hem.
- “Dit zal je interessant vinden,” zegt hij. Hij houdt een kleine, inktzwarte Rep Disk voor mijn neus.
- “Het getrouwde leven gaat soms vervelen.” Een brede grimas doet zijn gezicht oplichten. “Een man heeft soms wat meer nodig.”
Zijn plotse, familiaire toon stoot me af.
“Ik weet niet of dit echt mijn...”
Ik laat mijn verontwaardiging niet blijken. De man probeert tenslotte alleen maar vriendelijk te zijn. Ik wil beleefd weigeren, maar Karl duwt het schijfje in mijn handen.
“Ik heb zoiets niet nodig! Ik ga het nooit gebruiken!”
- “Toch wel.”
Zijn onverstoorbare zelfvertrouwen doet me twijfelen.
- “Iedereen gebruikt het,” zegt hij. Hij glimlacht als een goedaardige Boeddha. “Dat doen ze allemaal.”
***
Zes maanden later. Ik kan niet meer zonder. Oh ja, eerst was ik sceptisch. Ik was niet van plan om de controle over mijn spieren zomaar af te staan. Ik stopte mijn spiksplinternieuwe Replicator weg in mijn nachtkastje. Daar verbleef het geruime tijd in het gezelschap van enkele bedorven graanrepen en ongebruikte condooms. En daar had het moeten blijven. Maar dat deed het niet: ik begon het ding effectief te gebruiken.
Eerst gebruikte ik mijn Rep slechts sporadisch. Ik leerde mezelf viool spelen, een vurige tango dansen, bloemschikken etc. Pas later werd het een gewoonte. Ik begon het toestel ook te gebruiken voor de kleine dagelijkse routines. Om me mooi glad te scheren, zonder dat ik mezelf de keel oversneed, om mijn tanden te poetsen...
“Mijn handenarbeid outsourcen,” noemde ik het lacherig. Voor mij was het een echte openbaring: mijn spieren die iemand anders z’n handelingen uitvoerden.
***
Vandaag ga ik het geheim van het Zwarte Schijfje ontsluieren. Linda is op bezoek bij haar zus in Hasselt. Ze zal pas laat terug zijn. Ik heb het uit zijn cellofaanverpakking gescheurd en hou het behoedzaam in mijn handen. Het ziet er niet uit als een normaal Repschijfje. Het is inktzwart, zonder enige titel of andere aanduiding. Dit zou wel eens straf spul kunnen zijn. Ik kan nauwelijks wachten.
Ik schuif het schijfje in de houder en druk op de play-knop. Ik voel hoe de sofware mijn bewegingen zachtjes begeleidt, zoals een bezorgde moeder dat met haar kind doet. Ik voel me opgelaten wanneer een warm, kloppend gevoel zich in mijn onderbuik nestelt. Plots begin ik te spreken, de woorden zijn niet de mijne. Ik schrik. De Replicator heeft mijn stembanden gekaapt.
“Dag Richard.”
Ik besef dat ik tegen mezelf aan het praten ben. Mijn stem klinkt anders, alsof ik mezelf aan het playbacken ben. Ik vraag me af hoe dit ... ding mijn naam kent.
“Ik ben het, Karl.”
De stem klinkt spottend. Gevaarlijk. Ik panikeer. Ik zou dit duivelse apparaat zo graag willen uitschakelen. Doodgraag. Maar ik kan het niet. Mijn spieren gehoorzamen me niet meer. Ik knipper met mijn ogen. Drie keer, want dat is de standaardprocedure om een Reptoepassing af te sluiten. Zelfs dat werkt niet.
“Herinner je ons nog, Richard? Hoe jong we waren?”
Ik knik instemmend. Het knikt.
“Jij, ik en Linda. Hoe we door de duistere straten wandelden, terwijl we nachtelijke serenades zongen. Ik hield van haar en dat wist je.”
Het wordt kwaad. Ik voel hoe het mijn spieren spant alsof het elk moment iemand in elkaar wil timmeren. Correctie: mij in elkaar wil timmeren.
De stem vervolgt zijn bittere monoloog.
- “Je koos voor haar. Je vergat onze vriendschap.”
Mijn ademhaling verloopt moeizaam, alsof ik net uit een ijskoude zee ben gered.
Mijn hersenen zoeken koortsachtig naar argumenten, excuses en beloftes. “Ik zal van haar scheiden – alles wat je maar wil – ik heb nooit van haar gehouden...” Briljante redeneringen die zullen bewijzen dat onze vriendschap wel belangrijk voor me was. Ik besef dat het geen zin heeft om met een softwarepakket te discussiëren.
- “Volgende week, zal ik Linda tegen het lijf lopen – een toevallige ontmoeting op straat. Ik zal vragen hoe het met haar gaat. Zonder enige twijfel zal ze over jou beginnen en je ontijdige overlijden. Hoeveel ze je wel niet mist. Ik zal haar troosten.”
- “Twee is altijd beter dan drie, zoals ik altijd zeg.”
Ik voel zijn grijns op mijn gezicht.
Met een schok sta ik recht. Ik begin te dansen, als een willoze, krachteloze marionet. Eerst langzaam, alsof mijn voeten de koude vloer willen verkennen voor ze in een dolle, adembenemende dans uitbarsten. Ik ben een derwisj, ik dans een uitzinnige dans met de Dood.
En één twee drie en één twee drie en...
Ergens, in dit gebroken, gehavende lichaam is er een adertje gebarsten. Een spier is gestopt.
Ik denk niet aan Linda. Niet aan mijn kinderen. Alleen aan een reclameslogan die ik ooit ergens eens heb gelezen.
Replicator®. Waar verleden en toekomst elkaar ontmoeten.
Maar wat
als het verleden
anders is
dan
we dachten?