Gouden stroken
dollende
de bruine boel
Gloeiende
in de lieflijke straling
der gele ochtenbom...
Bromen draaien
en bladeren zweven dromend in het rond
Terwijl de eeuwigheid
de draak steekt
met de vrolijk
fladderende vleugels
van de meest
bewonderde zwevers
ooit...
Met het niets als hun thuis
Zo vrij als ene lammetje
in de vriendelijke vlooiende natuur
vloog zij
Hoog...
Zwemmen, lopen, fietsen
niets is hun tevree
slechts vliegen
is de lieve lust
Nooit
echt helemaal te nimmer
zakt zij nog
zweeft zij naar benee...
Tot de laatste adem
zal verwaaien in de wind
Tot dan...
zei de kat, tegen de rustig doorgrazende koe...
"Tijd, mijn beste vriend... tijd...
tijd vliegt... doch ademen zal zij niet."
Voor een moment leek de koe het grazen te staken.
"Maar kat,.. wanneer stopt dan de eeuwigheid?..."
Stilte... akelige, dodelijke stilte...
Stilte, die pijn aan den oren doet...
Die je botten doen horen kraken, die je ogen doet zien storen,
die je zenuwen doen huiveren in pijn...
Stilte... die een eeuwigheid lijkt te duren...
En dat... allemaal, in het bevangen moment, na de dodelijke vraag
van de grazende koe... Stilte...
"Wholahahitti!!!"
Ineens was hij straalwakker, kil wakker,
alsof het eigenlijk nog niet zo bedoelt was...
Ijzige steken schoten door zijn lijf, die naarstig de wanhoop van het moment
trachte om te zetten in energie...
Stralende energie, wekkende energie... En terwijl de warme energie
langzaam over zijn lichaam stroomde, seinde en kraakte zijn hoofd aan alle kanten...
Hij voelde zich als ene Blue Screen Of Death in Windoos,
een warme waterzak die op het moment stond de vriezer in te worden gedouwd,
een nudist op de Zuidpool...
Als een splinternieuwe BMW sporteditie, in de wachtrij op de sloop,
een strijkbout in een sexshop, een bloeiende waterlelie,
verzakt in de diepe natte warme kleverige stront...
In een woord: klote!...
Langzaam realiseerde hij zich er weer iets van... vaag oh zo vaag kwam het naar boven...
Het gras, de zachte bries langs zijn ruwe huid, de zoete geur van de lente...
En vooral... zij... Stralende, lachende zij... Haar haar, haar zoetsappige, roomzachte,
zalige vormen, haar lieve lach, maar vooral...
Ooh ooh,
Oei oei,
Toch echt vooral...
Die ogen.......
"Waarom ben je NU weer te laat?!". De koude, kille, harde, felle, maar toch vooral kwade stem galmde
door zijn ochtendhoofd en deed hem doen schrikken, trillen, schudden en beven, als in shock,
alsof er een wattage van 1000 volt op zijn lichaam had gestaan. Pijn in het hard, pijn in de kop...
"Eh... eh... "
Woorden bleven steken in de gangpaden tussen zijn hersenen en mond... de stress is de lijmende factor,
en loslaten zal hij niet... nooit... in geen eeuwigheid...
"Ik... eh... heb me verslapen, baas...
Eh, eh... ik, eh... het spijt me... Ik... eh.. "
"Als het maar nóóit meer gebeurd! Pfff, altijd die tijdverspilling, mensen die denken dat ze alles kunnen maken...
de láátste keer, begrepen?!... Verdomme, altijd hetzelfde liedje!... Altijd gezeur, altijd gezeik!... Eeewig... .... .... ... "
En weg was hij.. En de deur vloog dicht achter hem...
KABOEM!
De kat zijn haren stonden recht overeind... de koe graaste rustig door...
"Wholahitti man, wa was da?!! Ik schrok me het apelazerus!!..."
Smakkende geluiden verstrooiden zich
Over de cellen der onwetendheid
Ruimte, in alle perken
Leegte, doorstromend,
Pijnzend...
Als een weg zonder einde
Tranen zonder dal...
Droevend water
Stromend over de perken der tijd
Zonder enig geluid te maken
In stilte...
Akelige, dodelijke stilte...
Brrr......
Brrr...
Rrrr...
Ai ai ai...
Oei oei oei...
Hij zag het weer...
Hij zag het weer voor zich gebeuren...
Haar... dansend in de zwoele zomerwind
Haar... warmte stralend uit haar ogen
Haar... en zeeën van tijd...
Oceanen van tijd,
Stromend door de tijd...
De tijd van nu, de tijd van toen...
De tijd van komen, de tijd van gaan...
Tijd vergaat...
Liefde... met een vleugje lust...
Pure liefde.. Pure waanzinnige
Onoverkombare liefde...
Draaiende tollen,
Zonderende zachte
Roomrijke bergen...
Beklimmen, verleggen, verlengen...
En strelingen, zo zacht als room...
En zo zoet als... zij...
Alles, voor altijd, samen, leven, liefde, geluk..
En dat alles, toen, ooit, dan en op dat moent...
Allemaal... midden op die hei...
En terwijl de blikken elkander kruisten,
en het wederzijdse gevoel van vertrouwen
nog slechts enkele eeuwigheden op zich liet wachten,
hoorde hij...
"Potverdikkeme!" (en de man was al zo ontzettend dik)
"Wanneer ga je nou es eindelijk aan het werk man! Dit gaat toch niet langer zo!
Moeten we soms een eeuwigheid wachten voordat je eens wat gaat doen,
wat gaat uitvoeren! Tjesus man, schiet eens op!"
En ineens... Ineens zag hij het!.. Het licht...
Brokstukken lagen verzaaid over de stenen vloer...
Het ijzer was verbogen, het bloed had gevloeid...
Zuiverheid was een ondenkbaar goed in het moment van wanorde zoals zelfs de kat
deze nog nooit had gezien... Laat staan meebeleeft...
Oh wat viel het tegen... Zwaar, loodzwaar, betonzwaar, goudzwaar...
Ontilbaar, ondraaglijk zwaar!.. Wholahitti zeg, wat was dat zwaar!...
Een grote last viel van zijn ontzetten schouders, als een dreun op de zijn bestaan,
een klap op de vloer... zodat hij ineenzakte in diepe rust...
Pffff... Weg van hier... En wel snel ook!....
Daar was ze weer... Liever gezegd, beter gezegd, eerlijker gezegd,
ondanks-dat-zijn-baas-het-niet-wil-toch-gezegd:
Daar was ze... nog steeds...
De picknick, ja weer op diezelfde heerlijke hei... dromend gras, draaiende bomen..
en zalige zon overgoten op hun zweverige hoofden...
En hun hart... Die was één, samen gesmolten als roomkaas in een gouden pakje,
warm en vurig als de zon... ze waren één...
Het weer... het weer was stralend geweest... het had geschenen, het had gestraald...
En zachtjes stroomde een zomerbriesje hun lieflijk tegemoet....
Vliegend als de vogel, vlooiend langs de huid...
Het had geregend... zonnestralen...
De wind leeft... de wind slaapt, de wind steelt, de wind ligt en de wind wordt wakker...
Haren wapperen, bladeren zweverm, vliegen door de eeuwige lucht...
Zwaaiend naar de liefde, zwaaiend naar het stel,
picknickend in de zwoele lentezon...
Liefde maakt blind, liefde maakt doof...
Liefde is de wind, in hart en nier...
Zij waait, zij stormt...
Oren suizen, en piepen,
cellen kraken en benen struikelen...
Harder en harder, erger en erger...
Tot het haast niet meer erger kan...
"Er is een hevige storm, zoek aub zo snel mogelijk een landingsplaats...
Vermijd de gebieden met coördinaten (43,57) en (7,79).. Ik herhaal..."
Piepende en krakende geluiden onderbraken zijn relaas...
Terwijl morgen door zijn hoofd bleef suizen...
Een date!... Wholahitti man, een date!.. Een date, met haar!..
Picknicken, met haar!... Buiten op de hei...
Met haar....
".. Herhaling: er is een vliegtuig neergestort door de storm... Onbekende schade...
Toestand van vliegenierster 507 nog onbekend..."
Liefde maakt blind, liefde maakt doof... Alles waar hij nog aan dacht, morgen!... Morgen!...
Nog één nachtje slapen, dan was het zover... Hoe zouden haar zachte lippen proeven?...
Hoe zou ze zijn?... Hmmm, de smaak van honing, vast en zeker...
En ik, als wanna-bee-bee... Jammie jammie...
Hmmm, zou het wel echt zijn... Ik als simpele storingsoperator, een echte date, met haar...
Oooh zij.... Wholahitti!... Miss 507, nu echt van mij....
Zachtjes droop het bloed naar beneden en tikt op de gron... Pets! Op zijn kop...
"Gatverdamme, wholahitti nog aan toe, drommels! Ik ben weg hier!"
Een traan liep over zijn vacht en droop op de grond, zich langzaam mengend
met het bloed... Opgelost in het niets... Het niets der eeuwigheid...
"Dag beste vriend, dag zwarte dag witte vlekken, dag lief beest,
dag zoete grazende glimlach..." zei de kat nog zachtjes tegen de koe,
terwijl hij tergend langzaam de weg volgde van het groene gras
en het laaste drupje leven langzaam naar beneden droop...
Een laatste buiging,
beginnend als een moment,
eindigend als een zachte eeuwigheid...
In stilte... akelige, dodelijke... stilte...