gezien deze tekst geschreven is op bepaalde zwerfhedense ritmes wordt het de lezer aangeraden aan het begin van elke zin heel diep te ademen, de zuurstofmaskers en flessen bij de hand te houden en zich bij voorbaat te voorzien van genoeg geestrijk vocht om dit te overleven. Nog steeds trouw aan de zwerfhedense geplogendheden werden hoofdletters vermeden. Elke zin begint dus gewoon op een nieuwe lijn. Daar waar zich een witlijn bevindt mag de lezer twee maal even heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel diep in en uitademen voor hij verder leest. Opgedragen aan Salu, zwerfheden en ‘companie’
als je een hele vrijdag zit te werken op je pc, te lezen, te herlezen, te verbeteren, te kletsen en te pb-en met af en toe een mail ertussendoor dan verveel je je niet.
en als daartussendoor ook nog eens een paar telefoontjes volgen waarvan er één bij is die een paar uur duurt want we kletsen en we zwetsen, we tetteren en schetteren, praten, lachen, zwanzen, plagen en praten nog meer … dan wordt de dag nog beter.
en als de ene dan nog aan de andere zegt die zwerfheden eigenlijk eens te willen horen want zijn woorden die stromen altijd zo naar buiten en de andere doodleuk zegt dat het goed uitkomt want dat zij er die avond toch naartoe gaat en als die andere bovendien nog salu lijkt te zijn, tja, dan kan de avond niet meer stuk want dan zeg je geen neen.
en zo stap je rond zes uur in bad en week je en week je en week je de werkweek weg tot je tenen als pruimen rimpelen, je vingertoppen op een broedplaats beginnen te lijken voor microscopiëen want die hebben ook al van die rimpels en als je genoeg geweekt heb om de week te vergeten dan stap je er weer uit om te drogen, te drogen, te drogen en te drogen tot je je haren ook niet meer moet drogen omdat ze al droog zijn.
je rijdt naar beveren maar hebt geen flauw idee hoe lang je moet rijden en zo rijd je en rijd je en rijd je en rijd je altijd maar rechtdoor en terwijl je rijdt en rijdt en rijdt rijpt er een gedicht in je hoofd want alle wegen leiden naar rome maar af en toe beland je eerst in gent, alle wegen leiden naar rome maar af en toe beland je eerst in gent, alle wegen leiden naar rome maar af en toe beland je eerst in gent, en je herhaalt en herhaalt die zin uit angst hem te vergeten en je rijdt nog steeds maar rechtdoor tot
je in beveren aan de kant van de weg tussen de kerk en de pizzahut een parkeerplaats vindt en je bent te vroeg dus grijp je naar pen en papier en je schrijft alle wegen leiden naar rome maar af en toe beland je eerst in gent neer en net als je verder aan het borduren bent op die wegen klinkt plots een stem door ’t open raam “ben je daar al”en je kijkt op en aan je neus glijdt een ladder voorbij en onder die ladder zie je een witte auto althans daar waar geen grijs stof zit en ergens tussen de wagen en de ladder zie je voor het eerst in levende lijve helemaal echt en onvervalst net zoals ze altijd lijkt te zijn
salu
achter elkaar rijden we verder en verder en verder tot op het ogenblik dat ’t ogenblik van tussen ’t groen verschijnt en we parkeren en salu stapt uit en jij stapt uit en je groet en begroet en guy stapt en groet en begroet en de zoektocht naar de zaal begint
vrouwen zegt guy niet te vertrouwen en we lachen want we zien zaal na zaal na zaal met af en toe een pad of een lap gras ertussendoor eer we bij de juiste zaal gekomen zijn waar
een vriendelijke heer en vriendelijke dame geduldig zitten te wachten met de hand op de kassadoos en de andere op de repen inrijstroken excuseer inloopstroken excuseer inkomstroken verdikkeme salu hoe heten die dingen weet jij het nog? ik niet helaas
en we gaan binnen en vragen een drankje en weer die vriendelijke mijnheer die ons helpt (hij was de pa van zwerfheden dus kon het niet anders) en we gaan weer naar buiten en trekken en trekken en trekken en trekken en trekken aan onze sigaret alsof het de laatste is
er sijpelt wat volk binnen en nog wat volk en nog wat volk en plots wordt de zaal donker en zitten we op de eerste rij iets wat we op school nooit zouden gedaan hebben maar hier,
hier gaat het om zwerfheden, zwerfheden die op verhalensite over zijn woorden walst, pletwalst, ze bespeelt met zijn eigen akkoorden die woorden, ze keert en weert en weert en keert tot er een woordenstroom van woorden stroomt over het witte blad om nooit meer te verdwijnen want ze staan en ze staan en ze staan om te blijven bestaan maar hier
gaat het niet zomaar om woorden maar om sketches met xavier en joke en tine alle vier in zwart en rood en rood en zwart zelfs die vervelende vlieg had een rood truitje aangetrokken althans zo dachten salu en ik maar ze geloofden het niet.
ze gingen van start met hun dertien sketches zomaar uit het leven gegrepen van de bemoeial in het grootwarenhuis en de kassierster die die ene kleine daar wel wat zag zitten want hij had een meloen gekocht en meloenen kosten geld dus de kleine had geld alleen …………………………………………………………………………………………… hij at geen vlees
en de ene was hoer en de andere werd zwanger tik tik tik tik tik tik tik tik tik tik tik tik tik ja tik zwanger alleen niet van hem
en de andere kookte voor zijn vriendin kabeljauw waardoor je wist dat het vrijdag was en hij kookte en kookte en zij moeide en moeide en moeide en hij kookte bijna ……………………………………. over en verbrandde zijn vingers
en zo ging het maar door en door en door tot de ene dood en begraven moest worden en de jongste spruit de truffels opat en opat en opat en opat tot de doos bijna leeg was en het verhaal was uit
en we klapten in onze handen en klapten en klapten en verklapten dat het goed was, heel goed en we dronken er wat op en aten de rest van de truffels op
en dan denk je dat het spijtig is dat de show voorbij is en vraag je tussen pot en pint aan zwerfheden om toch maar eens dat ene laatste lange gedicht voor te dragen en aarzelt hij even maar dan komt de twinkel in zijn ogen en springt hij als een beest weer dat podium op en begint hij ook als een beest voor te dragen tot
hij zijn tekst vergeten is. Dooddooddooddoodstil wachten wij en plots, plots doet hij weer honig in de koffie of was het thee of chocolademelk en we lachen en hij, hij doet gewoon verder tot het bittere einde toe, even bitter als het gedicht an sich en we worden er stil van
xavier, zijn vriend springt op en knalt een ander gedicht door de zaal, en plots stromen de woorden in golven over onze hoofden om ergens achteraan de lege zaal verder uit te deinen, de laatste golf nooit verdwenen voor de volgende golf komt aanzetten, een extra show van een extra uur voor een paar extra kameraden die er extra van genieten wat op een vrijdagavond extra extravagant verwennen noemt of een
tsunami van woorden
en dan zeg je dag en tot nog eens en het was fijn tot hier gezworven te zijn en je helpt nog even stoelen ruimen, puin opruimen en de truffels ruimen en voor je het weet rijd je weer achter de ladder aan met daaronder de witte wagen voor zover er geen grijs overheen zat en ergens daartussen salu en guy
en op de grote markt van sint-niklaas zoek je italiaan na italiaan na italiaan tot je van armoede in een gewone brasserie belandt waar de wijn lekker is en het bier ook en zelfs het eten goed smaakt en waar je na verloop van tijd gewoon tussen opgezette stoelen lijkt te zitten en afgewassen tafels en een kind moedig wacht tot zij voor ons de deur kan ontsluiten en zij ook kan ontsnappen
en we zoeken en zoeken en zoeken tot we nog wat open vinden en drinken nog een laatste maar zeggen niet zo veel meer want de muziek, de muziek, ja die verdomde muziek drumt dromt drumt dromt onze trommelvliezen kapot maar wat we zien, o wat we zien dat loont te moeite
ze zijn daar allen alleen gekomen zo denken we toch maar helemaal niet om weer alleen te vertrekken en dat denken we niet maar zien het gewoon en we gniffelen en lachen en de muziek wordt nog wat luider gezet want ze hebben ons niet nodig want wij zijn met drie, trio, triootjes, triolet, violet, is daar blijkbaar niet nodig en dus vertrekken we maar de parkeergarage in waar de gekste namen op de muren in geuren en kleuren geschilderd staan want vertel me eens wat zijn nu oekedoelekes, merrebollekes en murezekers en
dan
dan
dan
dan
dan
stonden we weer bij die ladder met daaronder een witte auto voor zover die niet met grijs was bedekt en zegden we tegen elkaar
salu