Voorzichtig raapte hij de scherven op, maar toch sneed hij zich in zijn ringvinger. Het bloed liet hij lopen en het glas liet hij vallen. De rode kleur deed hem glimlachen. Hoe cynisch, dacht hij even, terwijl de eerste druppel de plavuizen bereikte. Even ging het goed, gisteren voor het eerst weer écht goed. Een traan vormde zich in zijn ooghoek en bereikte luttele seconden na de tweede bloeddruppel de vloer. Zijn glimlach verdween en maakt plaats voor de sombere blik van een jaar ervoor…
Als een parachutist gaan herinneringen naar de grond
Geruisloos
Een seconde lang
Een klap
In een fractie ervan
Het lijstje hield alles ooit bij elkaar
Nu is het weg
Nu is het klaar
Lopend naar huis kwam hij langs de winkels. Opnieuw waren er de steken in zijn hart. Steken bij het passeren van de chocoladeharten bij Jamin, de romantische komedies bij de videotheek en de speciale Valentijnfrontjes bij BelCompany. Zijn pas versnelde bij elk hartje, elke roos en elke goedbedoelde liefdesverklaring in de etalages. Hij wilde weg, naar huis, naar bed; nooit meer wakker worden. Hij vluchtte door zijn voordeur en snelde de trap op naar de bovenwoning. Hij wilde in één keer door naar bed, maar hield even stil bij de schouw. Hij pakte het lijstje en streelde het glas. Hij zag haar, dacht aan haar en verslapte. Het gevoel vloeide uit zijn vingers en het lijstje besloot een vrije val te maken…
Even pijn
Van het lopen
Altijd pijn
Door de tijd
Even pijn
Van het hopen
Altijd pijn
Tot het slijt
Na een slechte nacht verliep ook de dag niet goed. Bij elke stap die hij ’s ochtends door het huis deed, werd hij met haar geconfronteerd. Hij voelde pijnlijke steken in zijn hart bij het zien van haar kant van het bed, haar deel van de klerenkast en haar bestek in de la. Hij at in een hoekje van de kamer om niet aan hún eettafel te hoeven zitten, keek staand naar hún tv om niet op hún bank te hoeven zitten en ging naar zijn werk zonder de aftershave te gebruiken die hij exact een jaar geleden van haar had gekregen.
Op zijn werk durfde niemand iets tegen hem te zeggen. Het aanbod om die dag vrij te nemen had hij afgeslagen. Een collega legde even een hand op zijn schouder, waardoor hij voor een tel een warme golf door zijn hart voelde gaan. Even ging het goed, gisteren voor het eerst weer écht goed. Vandaag lukte het echter niet. Zijn mondhoeken krulde alleen van cynisme omhoog. Het lukte hem niet…
Te kort geleden
Te kort verwerkt
Herinneringen
Behandelingen
Te veel geleden
Te veel gehuild
Onzekerheid
Verleden tijd
In het begin had hij het moeilijk met de therapie. Hij was er al binnen een week mee begonnen. Vrienden vonden het te vroeg, haar ouders probeerden hem er in te steunen en de psycholoog twijfelde. Toch wilde hij het verwerken; het liefst zo snel mogelijk. Het staartje van februari was koud en de pijn was soms niet te dragen. Soms hing hij een nacht lang kotsend boven het toilet. Het verdriet moest zijn lichaam blijkbaar uit. Dat ging aanzienlijk makkelijker dan dat zijn geest er van verlost was. Weken gingen voorbij. De psycholoog werd een psychologe en later weer een psycholoog. Hij verkocht hun huis en hij betrok een woning boven een sigarenboer in een drukke winkelstraat.
Tot aan juli zat er veel schot in de behandeling. Toen kwam er een dip, waar hij pas eind september uit leek te krabbelen. Hij had geduld, deed het meer voor haar dan voor zichzelf, en in januari begon hij zich echt beter te voelen. Op 13 februari bracht hij zijn laatste bezoek aan de psychologe. Hij was in een goede bui, voelde zich voor het eerst echt lekker en negeerde haar opmerking dat de echte confrontatie morgen pas was. Onbewust was hij zich daar wel van doordrongen, maar hij wilde er niet aan denken. Moest er niet aan denken. Het zou goed komen…
Jeugdige liefde
Verscheurd door de pijn
Het noodlot verwoestte
Hun samenzijn
Aan de andere kant
De kant van de lijn
Verwoestte het noodlot
Hun Valentijn
Nog nooit had hij zich verslapen, maar uitgerekend op Valentijnsdag schrok hij wakker. Hij zag de rode cijfers op de wekkerradio en draaide zich nog even om. Tot de verzameling getallen eindelijk zijn hersens bereikte en hij van schrik zijn ogen weer opende. Half twaalf? Hoe was dat mogelijk? Hij wilde zo snel mogelijk opstaan en douchen om haar niet al te veel teleur te stellen, maar zijn aandacht werd afgeleid door een kaart op haar hoofdkussen. Hij glimlachte bij het zien van de muisjes en het hart op de voorkant en las snel wat er aan de binnenkant geschreven stond. Hij kreeg het warm van de hoeveelheid liefde die uit de tedere woorden naar voren kwam en hij sprong uit bed om te doen wat hij even daarvoor al van plan was.
Aangekleed en wel schoof hij aan de gedekte ontbijttafel. Hij had haar nog niet aangetroffen in huis, maar bleef alert op een verrassingsaanval in de rug. Ze had zich vast verstopt, bedacht hij, en hij nam het servet dat ze op zijn bord had gelegd. Toen hij het rode servet opensloeg, zag hij dat ze opnieuw een boodschap had achtergelaten. ‘Ik ben om half één op óns terras in de stad. Doe rustig aan, vroege vogel. –X- PS: Ik heb de auto.’
Rustig aan? Hij verslikte zich bijna bij het lezen van die woorden. Het liefkozende vroege vogel, zoals ze hem altijd noemde, sloeg nu de plank volkomen mis en hij moest zich voor het eerst in zijn leven haasten. Nu zij de auto had, deed hij er op de fiets toch al gauw een half uur over. En als hij de spoorbomen tegen had, zou hij het nooit redden.
Met grote happen schrokte hij zijn croissantje naar binnen. De overige lekkernijen, die ze voor hem had klaargezet, liet hij onaangeroerd op tafel staan om zich nog snel even te scheren. Hij dook in het kastje van zijn scheerspullen en vond opnieuw een verrassing. In een rood doosje met een roze strik zat een nieuwe fles van zijn lievelingsaftershave. Hij glunderde opnieuw en hij bedacht zich hoe blij hij was met deze vrouw getrouwd te zijn.
Na de scheerbeurt pakte hij zijn jas en checkte hij alles. Nu kon alleen de trein nog tegenzitten, dacht hij, en hij beende op de voordeur af. Vlak voor hij naar buiten stapte, ging de telefoon. Hij twijfelde even of hij deze beller zou negeren, maar bedacht dat zij het zou kunnen zijn. Hij draaide zich om en snelde naar hun zwarte Philipstoestel uit het jaar nul.
Hij bleef na het gesprek nog even met de hoorn in zijn handen staan. Hij trilde en een traan rolde over zijn wang. De spoorbomen hadden niet gereageerd en de laagstaande zon had haar zicht belemmerd. Ze had de intercity nooit zien aankomen…
Hij zag haar, dacht aan haar en verslapte. Het gevoel vloeide uit zijn vingers en de hoorn besloot een vrije val te maken…